1993 De Engel van Amsterdam

Waar en wanneer:
Amphion Doetinchem 29 en 30 oktober 1993
Cultureel Centrum Winterswijk 22 en 23 oktober 1993

Door:
MPG (G Majeur en de G Sleuteltjes)

Artistieke Leiding:
Dirigent: Eugene Soontiëns
Regie: Yvonne Beerten
Choreografie: Agnes Tuinte en Eric Jörissen

Credits:
Muziek: Lennart Hijgh
Tekst: Joop Stokkermans

 

Rolverdeling:
De engel Rafael : Monique Boland
Gijsbrecht van Amstel: Hugo Berentsen
Badeloch, echtgenote van Gijsbrecht: Helma Arentz
Venerik, zoon van Gijsbrecht: Jurgen Stein
Brechtje, vriendin van Venerik: Mieke ten Velde
Vosmeer: Wim Maatman
Bisschop Gozewijn: Clemens Pierik

Het verhaal:
Gijsbrecht van Amstel wil van Amsterdam een wereldstad maken, compleet met haven. Om dit te realiseren moet een hele volkswijk gesloopt worden. De bevolking pikt het niet en komt in opstand. Omdat het uit de hand dreigt te lopen wordt aartsengel Rafael naar de aarde gestuurd.Venerik staat samen met zijn vriendin Brechtje achter de opstand. Als Rafael op aarde aankomt is ze vergeten waarom ze is gestuurd. Vosmeer een poppenspeler heeft snode plannen. Hij wil ook een haven maar dan voor piraten. Rafael gaat samen met de vrouwen voorop in de strijd om een haven tegen te gaan. De vrouwen verkleed als nonnen overmeesteren de soldaten van Gijsbrecht die buskruit tot ontploffing willen brengen om zo een doorgang naar zee te realiseren. Venerik ontmaskert Vosmeer bij zijn plannen.Uiteindelijk ontploffen er vele vaten buskruit. Amsterdam is nu een grote puinhoop maar door de ontploffing heeft Amsterdam nu toch een haven, en krijgt Rafael haar geheugen terug.

Recensie:
Johan Ardesch, Gelderlander
Gaanderen brengt ijzersterke Engel van Amsterdam.

Het begin was wat schuchter, maar gaandeweg werd het spel losser en kwam er een ijzersterke ‘Engel’ naar voren. Gedragen met name door het flitsende acteren en het geschoolde zingen van Monique Boland uit Gaanderen.

Ze zette de Gabriel neer, uit de hemel neerdalend, maar later al te graag koketterend met de zondige aardse geneugten. Helma Arentz als Badeloch zong met body in haar heldere, duidelijke stem. Clemens Pierik als Gozewijn kwam vooral goed los nadat hij aan Bachus had geofferd. Hugo Berentsen tekende voor een solide Gijsbreght. Jurgen Stein, Mieke ten Velde en Wim Maatman respectievelijk als Venerik, Brechtje en Vosmeer gaven kostelijke solo-acts ten beste en leverden ook klassewerk in de combinaties.

Het orkest speelde gaaf. De regie had er voor gezorgd, dat het toneel zo ruim mogelijk bleef. Mooie sfeerbepalende decors alleen tegen de achterwand. Een totale cast van niet meer dan een man of vijftien. Daarmee waren de mogelijkheden gecreëerd voor een spel, dat geolied liep. Zwakke punten: de soldaten in malle zwarte-pieten pakjes met helmen, die veel te klein waren.

In het begin zong Vosmeer met ‘het volk’. Gijsbreght en Gozewijn stonden doelloos terzijde, buitenspel gezet en niet betrokken bij het geheel. Zwak ook de hiaten in enkele toneelchangementen. Maar verder: een musical met perfecte ensemblezang, met mooie toneelbeelden, met kostelijke duetten en andere combinaties.

Belangrijk: de luchtige badinerende toon van het spel werd goed getroffen en bleef tot het slot toe aanwezig. Het sociale conflict werd daarbij voldoende aangescherpt.